Dominique Engers, 15 mei 2026

Theatergroep Toetssteen is al decennialang vermaard om het brengen van nieuw, actueel, maatschappelijk relevant repertoire. Regisseur Erris van Ginkel voegt daar met Dolle Mina, samen met Roos Schlikker geschreven, een indrukwekkende voorstelling aan toe.
Steeds meer puzzelstukjes vallen op hun plaats, in dit niet chronologisch vertelde verhaal. Dolle Mina springt van de ene naar de andere tijd en verbindt zo de geschiedenis van Wilhelmina Drucker aan die van Mirjam, een vrouw uit deze tijd die worstelt met de solidariteit met de vrouwen om zich heen en die haar zoon letterlijk en figuurlijk niet meer kan bereiken.

In een witte cirkel van blokken, die even gemakkelijk een kantoortuin als een steriele jongenskamer voorstelt, spelen vier actrices (Jeninke de Jong, Zosha de Rond, Carlijn Droppert, Eva Kiviet) een traumatische gebeurtenis van machtsmisbruik op de werkvloer, een moeder die haar zoon kwijtraakt, drie vrouwen anno 2026 met hedendaagse problemen én Wilhelmina Drucker (De Jong), strijder voor gelijke rechten van mannen en vrouwen, feministe van 100 jaar geleden. Die laatste had altijd wat te zeiken en staat daarom lang zo vaak niet in de geschiedenisboeken als Aletta Jacobs, aldus een van de actrices een kwartier na aanvang. Met vlammend rode lippenstift en een wilde bos krullend haar stapt Drucker zelfverzekerd rond over het toneel en in het hoofd van Mirjam (De Rond), waar dit verhaal zich afspeelt.
‘We gaan niet weg, we laten je niet alleen, maar ik kan ook niks doen, want we zitten in je hoofd’, zegt Wilhelmina tegen Mirjam, ‘maar we kunnen er wel een voorstelling van maken’. Het enorme drama dat Mirjams hoofd probeert te verwerken ontvouwt zich langzaam, spannend, in flarden zorgvuldig gedoseerde informatie. De drie vrouwen rond Wilhelmina vertolken in allerlei speelstijlen mensen uit heden en verleden. Ze spelen even gemakkelijk een karikaturale, mannelijke fabrieksdirecteur uit de 19e eeuw die de loonzakjes uitdeelt als een geëmotioneerde, realistische jonge vrouw van nu, gekweld door verdriet om haar vriendje, in een dialoog met de moeder die het allemaal niet wil horen en niet heeft gezien.

Mirjam ontdekt dat haar zoon zich heeft verloren in allerlei manosphere-filmpjes van internet. Angstaanjagende fragmenten daarvan krijgen wij ook te zien, geprojecteerd in dat spierwitte decor: jonge, strak afgetrainde mannen met sportschoollijven, die zich over vrouwen uitlaten als over vaten die gevuld moeten worden en die achter het aanrecht thuishoren. Uit een geluidsfragment van Koos Speenhoff uit de vorige eeuw blijkt dan weer dat de afkeer en angst van mannen voor sterke, onafhankelijke vrouwen 100 jaar geleden niet veel anders was. ‘Al die halve, vrije wijven zijn de kanker van de tijd.’
In confrontaties tussen Drucker en Aletta Jacobs (ook gespeeld door De Rond) komen we veel te weten over de achtergronden en levens van deze beide vrouwen, zonder dat dat een taaie geschiedenisles wordt. Het onechte kind Drucker en de bevoorrechte doktersdochter Jacobs proberen het in pittige dialogen eens te worden over hoe ze de kwestie van het (vrouwen) kiesrecht moeten aanvliegen. Steeds wordt er geschakeld tussen toen en nu en wordt duidelijk gemaakt waarom we feminisme en solidariteit nog altijd, en meer dan ooit, keihard nodig hebben. Als Aletta Jacobs is De Rond gedecideerd en stevig, als Mirjam is ze onzeker en angstig.
Kiezen voor het compromis of opstappen? Die vraag blijkt van alle tijden. Die vraag speelt nu nog evenzeer, op werkvloeren en in relaties tussen mannen en vrouwen, als destijds tussen Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs. Het gaat niet om wat ons uiteenscheurt, het gaat om wat ons verbindt. Wat brengen deze vier actrices dat verhaal bevlogen over het voetlicht en wat een ingenieus en spannend vlechtwerk van historie en hedendaags drama heeft Erris van Ginkel daarvan gemaakt.
Foto’s: Boy Hazes